Interview met Mels Boom, gepubliceerd in Neue Keramik.

Het plezier van het maken

Mels Boom is een gedreven mens, vanuit de wetenschap dat hij hier op aarde is om zichzelf uit te drukken. Hij blijft niet bij één techniek, maar houdt ervan eindeloos te experimenteren. Dat levert telkens weer andere resultaten op. Sinds enkele jaren is hij vooral gefascineerd door structuren: abstracties van stukjes uit de werkelijkheid, die daardoor een heel nieuwe betekenis krijgen.

Afgezien van ‘de normale periodes op de bewaarschool’, zoals hij het zelf noemt, maakte Mels Boom pas op de Design Academy in Eindhoven kennis met het materiaal klei. Het betrof echter een kennismaking op afstand. Hij leerde er mallen maken, maar het was de studenten niet toegestaan met de mallen zelf de eindproducten te ontwikkelen. Een technisch assistent nam dit deel van het proces voor zijn rekening, vanuit het standpunt ‘dat is te gevaarlijk’, met verwijzing naar de giftige glazuren. Van zijn mallen werden borden, schalen en theeserviezen geproduceerd en voor zijn eindexamen ontwierp hij een hele serie lampen, waarvoor hij in 1970 de Mosa-prijs ontving vanwege ‘uitzonderlijke ontwerpkwaliteiten in keramiek.’ Boom vertelt hierover: ‘Ik wilde iets anders dan het gebruikelijke. Ik keek meer naar licht dan naar lampen. Dat leidde bijvoorbeeld tot reflectielampen.’


Industrieel ontwerper

De kennis die hij aan de academie opdeed, heeft Boom goed weten te gebruiken. Gedurende zeventien jaar was hij ontwerper in badkamerproducten. ‘Ik dacht op een onorthodoxe manier over mallen, vertelde de matrijzenbouwer wat hij moest doen. Ik wist altijd wel een oplossing te verzinnen om iets te bereiken.’ Zijn passie lag geheel bij het bedenken en maken van dingen. Boom deed dat graag door zelf te knutselen, zelf zijn ontwerpen uit te proberen door modelletjes van ijzerdraad en dergelijke te maken, zodat meteen duidelijk werd of iets nu wel of niet werkte. ‘Ik heb passie voor het maken van dingen, niet van mooie dingen. ‘Mooi’ is er slechts een onderdeel van.’

 In 1983 begon Boom in zijn vrije tijd met schilderen. Het was een expressiemiddel waar hij mee vertrouwd was. Al als kind tekende en schilderde hij veel en op de Design Academy had hij les gehad in observeren, stofuitdrukking en techniek. Hij sloot zich aan bij een kunstenaarsgroep en maakte eindeloos veel schilderijen, waarbij hij een ontwikkeling doormaakte van het zuiver weergeven van de werkelijkheid naar het afleggen van politieke statements, zoals tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië.

Porselein

Het bedrijf in badkamerproducten – waar hij nog steeds werkt – kreeg in 1998 een nieuwe directeur. Vanuit de gedachte ‘nieuwe bezems vegen schoon’ vreesde Boom voor zijn baan. Hij maakte plannetjes voor advies- en ontwerpfuncties, maar hij realiseerde zich op een gegeven moment dat al die plannetjes tot niets zouden leiden. ‘Er zijn al honderdduizend adviseurs en bovendien ligt mijn hart daar niet.’ Zijn ideeën had hij opgeslagen in de computer onder het wachtwoord ‘porselein’. Waarom? Dat vroeg hij zichzelf ook af. Was het misschien een aanwijzing? Hij wist dat het onwaarschijnlijk zou zijn, dat hij van keramiek zou kunnen leven, maar misschien was het tijd voor andere prioriteiten in zijn leven?

Boom besloot les te nemen bij de Nederlandse keramiste Dorothé Vrijdag. Na enkele lessen handvormen begon hij met draaien en hij bleek over onvermoede talenten te beschikken. Al een maand na de eerste les richtte hij in zijn garage een atelier in. Even gedreven als bij het schilderen maakte hij het eerste jaar 150 werkstukken. Hij las alles wat hij te pakken kon krijgen om een goede theoretische ondergrond te verkrijgen. En drie jaar lang nam hij ook eindeloos glazuurproeven, het derde jaar zelfs zo’n 1500. ‘Die periode verschafte mij de basiskennis van wat ik nu weet. Veel kennis was aanvankelijk boekenwijsheid, pas later werd dat meer praktisch.’

Kennis uit de praktijk deed hij nog meer op toen hij in 2000 als redacteur voor het Nederlandse keramiektijdschrift KLEI ging werken. Hij verzorgt voor dit blad onder meer de serie Decoratietechnieken, waarvoor hij regelmatig keramisten opzoekt en zo de gelegenheid heeft praktische ervaring uit de eerste hand te verkrijgen.

Spontaniteit en expressie

Voor Boom bleek het draaien op den duur toch een vrij beperkte techniek, daarom begon hij na enkele jaren met extruderen en handopbouwen. Het is niet zijn insteek één bepaalde techniek, opvatting of grondvorm te kiezen en daar de rest van zijn leven bij te blijven. Hij ziet daar wel de voordelen van in, bijvoorbeeld dat een kunstenaar op deze wijze meer de diepte in kan, maar het is niet een benadering die bij hem past. ‘Ik wil telkens weer iets anders. Misschien is dat ongedurigheid. Ik wil iets doen met alles wat ik tegenkom, totdat ik er genoeg van heb, tot het mij geen mogelijkheid meer biedt om mezelf uit te drukken.’

Boom ziet parallellen tussen zijn schilderperiode en de ontwikkeling die hij op keramisch gebied doormaakt: ‘Van 1983 tot 2002 heb ik geschilderd en aan het eind van die periode kwam er steeds meer vrijheid in mijn werk, het werd spontaner, de expressie stond voorop. Dat gebeurt nu ook met mijn keramiek.’ Zijn keramiek heeft echter niet het picturale van zijn schilderijen, en evenmin het engagement dat zijn latere schilderijen vertoonden. ‘Maar mijn techniek heeft wel alles met gevoelens te maken. Ik sla veel op de klei, wie weet is dat toch een vorm van agressie...’

In 2003 heeft Boom ook de fotografie weer opgepakt. Als kind en jongere fotografeerde hij al veel, maar nu pas realiseerde hij jarenlang gekoesterde plannen: fotograferen met de focus op structuren. Daarmee liep zijn fotografiewerk parallel met zijn keramische werk, waarin sinds 2002 ook zijn fascinatie voor structuren naar voren was gekomen. Hij legt uit: ‘Het maken of fotograferen van structuren is een zekere mate van abstractie, van non-figuratisme. Het abstraheren vanuit de context. Bijvoorbeeld stukjes gras zijn iets anders dan een heel grasveld. Je haalt een stukje werkelijkheid uit de context waardoor het een andere waarde krijgt.’

Hij merkt dat veel mensen toch de neiging hebben zijn werk te duiden vanuit hun eigen referentiekader, proberen er toch een betekenis aan te geven die overeenkomt met de realiteit zoals zij die kennen. Zo worden enkele van zijn keramische werkstukken wel organisch genoemd, koralen of mossen. Boom vindt dat niet erg, ‘maar elke overeenkomst met de werkelijkheid berust op toeval.’

Ontdekkingsreis

De foto’s vormen een belangrijke inspiratiebron voor zijn keramiek. Maar eigenlijk komt Boom voortdurend op nieuwe ideeën, ook tijdens het maken van zijn eigen werk. Sommige elementen licht hij eruit om daar in een volgend werkstuk weer iets mee te doen. Tevens maakt hij nieuwe, onverwachte combinaties van uitgangspunten om te kijken of het resultaat waarde heeft als expressie. ‘Ik probeer me bij een onderwerp resultaten voor te stellen die in een andere wereld liggen. Bijvoorbeeld: hoe zou een koe in de dakpannenwereld eruit zien? Of ik vraag me af: hoe zou een koe dit probleem oplossen? Daardoor kom je op andere ideeën dan je normaal zou kunnen komen.’

’Hoe zou een koe in de dakpannenwereld eruit zien?’

Steeds meer speelt het toeval een belangrijke rol in het maakproces. Als hij een tijd lang structuren heeft geslagen in de klei met een lat of een ander voorwerp, kijkt hij wat voor een resultaat dat heeft opgeleverd en hoe hij dat verder kan gebruiken. ‘Ik ben nog lang niet uitgeslagen. Ik probeer in de vorm, in de structuur steeds meer grafische effecten te bereiken, die deels toevallig zijn.’ Kleur past daar steeds minder in, hoogstens als ondersteuning, als accentuering.

Welke techniek hij ook gebruikt, voor Mels Boom staat het uitdrukken van zichzelf voorop: ‘Ik wil mijzelf uitdrukken, hoe ik ben, hoe ik sta in relatie tot de dingen. Het samengaan van het leven aan de ene kant en ikzelf aan de andere kant. En het resultaat is elke keer weer anders.’ Volgens hem is het uitdrukken van zichzelf de enige reden waarom de mens op aarde is. Dat is hem steeds duidelijker geworden gedurende de laatste zeven à acht jaar, de periode waarin hij bezig is geweest met persoonlijke ontwikkeling, levensvragen als: Hoe zit de wereld in elkaar? Wat is mijn rol daarin? En welke rol wil ik hebben?

Hij voelt dat hij in zijn keramische werk nog steeds op een ontdekkingsreis is. Een gedreven zoektocht. Volgens hem is een passie nooit bevredigd: ‘Maar je eraan onttrekken is nog erger.’ Gelukkig levert het hem ook nog eens heel veel plezier op, het plezier van het maken: ‘Het plezier dat je hebt als je iets maakt, en het lukt… De flow, de trots, maar ook… de verwondering bij het openen van de oven…’ Het plezier van een uiterst creatief mens: Mels Boom.

Yna van der Meulen


Wie meer wil weten over het werk van Mels Boom kan contact met hem opnemen: Scheerderhof 57, 5709 GR  Helmond, Nederland, telefoon +31 (0) 492 513 718, mels.boom@tiscali.nl, www.ceramic.nl

Van 26 augustus tot en met 25 september heeft Mels Boom een solo-tentoonstelling bij galerie en beeldentuin Nieuw Beerenburght, Wielseweg 31 A, Eck en Wiel, Nederland, +31 (0) 344 691 156 , www.nieuwbeerenburght.nl. Open van vrijdag tot en met zondag van 13.00 tot 17.00 uur en op afspraak.

Technische details

Mels Boom gebruikt voor zijn werk witte of zwarte klei, soms roodbakkend, bijna altijd gechamotteerd, behalve bij het draaien: Creaton 284, WBB K129, K134, St. Joris 202? Draaien doet hij nog maar weinig, nagenoeg al zijn werk is met de hand opgebouwd.

Hij heeft van tevoren een globale voorstelling van de vorm: plat, rond of dergelijke. Vanuit de basisvorm begint hij structuren in de klei te slaan met borstels, latten, handvatten, messen of wat hij verder voor dat doel kan vinden. Steeds kijkt hij wat er gebeurt: met vervormingen, structuren. Hij gaat door tot dat ondefinieerbare moment, waarop hij weet: het stuk heeft karakter gekregen.

Hij voegt van alles toe aan de klei: perliet, papier, couscous, stukken metaal. Op de scherf komen engobes, oxides of glazuren, maar soms ook zelfgedolven, laagbakkende klei die tot een glazuur sintert tijdens de stook, of slib van porselein met fritte. Eindeloos blijft hij experimenteren met alles wat maar enigszins tot resultaten kan leiden.

Meestal vindt er één stook plaats – afhankelijk van de klei – op 1140 °C in een elektrische of gasoven. Bij gebruik van glazuur vindt er vooraf een biscuitstook plaats.

Samenvatting

Mels Boom werd in 1943 in Nijmegen, Nederland geboren. Hij studeerde bouwkunde in Delft en industrial design op de Design Academy in Eindhoven. Jarenlang was hij ontwerper in badkamerproducten. Sinds 1998 organiseert hij jaarlijks de internationale Design Award voor ontwerpen op het gebied van badkamerartikelen.

Naast zijn passie ‘voor het maken van dingen’, is voor hem het belangrijkste ‘het zich kunnen uitdrukken’. Hij doet dat door middel van schilderen, fotograferen en – sinds 1997 – ook in keramiek. Mels Boom is in Nederland ook op andere wijze actief op het gebied van keramiek: hij is webmaster van keramiek.pagina.nl, voorzitter van de Stichting Klei & Hobby en redacteur bij het keramiektijdschrift KLEI.

Yna van der Meulen, keramiste, freelance journaliste en schrijfster.